Geëmigreerd naar Duitsland; het Harzgebergte


Mijn persoonlijke ervaringen en observaties als Nederlandse ondernemer in de Duitse cultuur in de Harz, het unieke berggebied in Noord-Duitsland dat ooit tot voormalig Oost-Duitsland behoorde. (DDR)

Neem ook een kijkje op:
http://www.harztocht.nl
http://www.luppbodemuehle-harz.de/nl


vrijdag 28 oktober 2011

Winter in aantocht

Vandaag is het stralend herfstweer. Na een koude nacht schijnt nu de zon en moeder natuur showt haar prachtige herfstoutfit. Kleuren, die het verlangen stimuleren om de houtkachel aan te steken en appeltaart te bakken en 's avonds bijtijds de gordijnen te sluiten. Niet anders dan in Nederland zou je zeggen, ware het niet, dat de herfst hier in de Harz explosief is in zijn kleurenpracht en een wandeling met zon extra bijzonder is in dit jaargetijde. En daarna is de kachel en de appeltaart nog beter. Ook hier bereiden de mensen zich voor op de komende winter. Stookhout wordt gezaagd, gekloofd en gestapeld voor de wintervoorraad. Bomen worden geveld als ze een bedreiging voor het huis vormen tijdens een mogelijke najaarsstorm. Snoeiafval wordt verbrand in de velden. Sneeuwfrezen worden aangeschaft om eventueel dezelfde hoeveelheid sneeuw als vorig jaar beter te lijf te gaan. En iedereen heeft hier alweer de winterbanden onder de auto. Winterbanden zijn nu echt verplicht in Duitsland. Hier in de Harz is het al sinds jaar en dag gewoonte en eigenlijk is het geen vraag of het nodig is. Er ligt na een koude nacht nu al rijp op de binnenwegen en als het straks nog kouder wordt kom je bij een hellinkje niet eens meer weg op je zomerbanden. En wat te denken van het wild, dat vooral tijdens de schemer vaak oversteekt, zodat je soms vol in de ankers moet om een botsing te voorkomen. Niet alleen zaak om je snelheid te matigen, maar goed kunnen remmen dus van levensbelang. Ook wij hebben gekloofd; gezaagd en gestapeld. De olie waar we normaal onze ketel mee stoken is de afgeopen 5 jaar in prijs verdubbeld en daarmee onbetaalbaar geworden als je bedenkt, dat we gemiddeld 6000 liter per jaar verstoken bij winters met een gemiddelde nachttemperatuur van -15 graden. Uitschieters zijn bij -22 geen uitzondering. En omdat we vorig jaar bij de extreme sneeuwval elk weekend alleen maar aan het sneeuwscheppen geweest zijn, hebben we nu ook een sneeuwfrees aangeschaft. Ook onze winterbanden zijn weer geinstalleerd en we rijden weer veilig. Al met al kan de winter nu komen en hebben wij even een adempauze om volop van deze prachtige herfst te genieten.

maandag 17 oktober 2011

De Geschiedenis van de Luppbodemühle

Dit bericht heeft als bron het boek: "Allrode aus der Geschichte eines alten Harzdorfes" door Thomas Nabert. Het betreft de door mij vrij vertaalde geschiedenis.

De Luppbodemuehle is oud, heel oud. Om het goed te kunnen plekken is enige kennis van de geschiedenis van het dorp Allrode wel nodig. Het dorp, waartoe de molen behoort, is een van de oudste dorpen in de Harz. In 961 wordt het dorp genoemd in een oorkonde ondertekend door Keizer Otto de 1ste. Het dorp kent een geschiedenis met hoogte-en dieptepunten. In het verloop van die geschiedenis is Allrode altijd een dorp van kleine boeren; bosarbeiders en houtskoolstokers geweest. Een adellijk landgoed; een watermolen; een kleine brouwerij; een plaatselijke boswachterij en een oude vakwerk kerk en de kleine dorpshuizen en boerderijtjes bepaalden tot de grote brand van 1838 het dorpsbeeld. Ook na de wederopbouw en de herindeling van het adellijke landgoed, met een hernieuwde vakwerkkerk bleef Allrode een landelijk met land- en bosarbeid omgeven Harzdorp. In de 60er jaren is Allrode veranderd. Door de invloeden van de DDR waarbij de landbouw aan de staat verviel werd Allrode een Erholungsort oftewel een kuuroord. Later heeft Allrode de officiële status van Luftkurort gekregen, wat het tot op vandaag met trots voert. Veel staatsbedrijven werden eigenaar van markante panden en daarnaast ontstond het Albrechthaus in de bossen van Stiege, een groot sanatorium met een dependance in Allrode. De grote bedrijven gebruikten Allrode als vakantieplaats voor veelal de kinderen van hun werknemers. Na de val van de muur is het bedrijfstoerisme verdwenen en het sanatorium ook. Allrode werd hiermee noodgedwongen gestimuleerd om zich meer als ondernemer in het toerisme te gaan gedragen en hierin is het dorp nog steeds lerend. Er is nu een meer proactieve houding en het richt de aandacht vooral op het landelijk vakantietoerisme.

De geschiedenis begint in 961, waarbij Allrode voor het eerst genoemd wordt als zijnde Adelboldeshroth in een oorkonde van koning Otto 1. De molen is in ieder geval onderdeel van het ridderlijke landgoed geweest en wordt als volgt concreet genoemd.
Het adellijke riddergoed werd in 1776 verkocht aan Kommerzrat Dietrich die tot 1802 de scepter zwaaide. Daarna was de beurt aan de familie Schönewald. Leenheer was de hertog van Braunschweig, die uiteindelijk deelde in de opbrengsten van het landgoed. Voor de molen betekende dat dat er een pacht van 70 taler per jaar werd geheven. Daarnaast moest het dorsen en malen van de graanoogst voor de brouwerij van het ridderlijke landgoed gedaan worden. Op de vroegst bekende landkaart van het dorpsaanzicht van Allrode uit 1769 worden 3 hoofdwegen genoemd. De derde hoofdweg loopt over de Mühlweg langs de molen door het dal van de Luppbode naar Treseburg. Dit is na 242 jaar nog steeds dezelfde onverharde weg , die van de molen naar het dorp loopt. Een overzicht van de inwoners uit 1808 laat op nr 73 molenaar Friedrich Rienäcker met echtgenote zien en olieslager Cristian Früh uit Stolberg.

In 1811 kwam de molen in privébezit en heeft Friedrich Weidlich de molen van Allrode gekocht van het adellijke landgoed. Van 1824 tot 1888 was zijn zoon Carl hier molenaar.
In zijn navolging zijn zoon Ernst en zoon August. De laatste bemaalde de molen al ruim voor 1900 alleen en deze vooruitstrevende molenaar was er op gebrand om de prestaties van zijn molen voortdurend te verbeteren. Als aandrijving van de molen diende het water van de Luppbode, ook vandaag nog een officiële rivier, naast de Bode en de Selke en nog steeds over ons terrein stromend. Het water van de Luppbode werd verzameld in een stuwmeer boven de molen en werd via een buis naar het molenrad geleid. August heeft in 1897 op eigen kosten in zijn stuwmeer de eerste officiële zwembadinrichting van Allrode geïnstalleerd. Vooruitstrevend als hij was, liet Weidlich in 1896 een stoomketel installeren om zijn molenrad aan te drijven. De voor een stoomoverdruk van 4 atmosferen uitgeruste stoomketel no. 6944 van de fabriek Harett Sons uit Suffolk Engeland werd in een nieuwe aanbouw van de molen geplaatst en de Luppbodemühle was hiermee het eerste stoom aangedreven bedrijf in Allrode. Op 65 jarige leeftijd gaf Weidlich zijn molenaarschap op en hij verkocht de molen in 1925. De buis, die het water naar het rad leidde werd ontmanteld en resten hiervan zijn nog steeds zichtbaar op verschillende plekken. Het gebouw verloor hiermee zijn functie als molen, maar een nieuwe functie werd spoedig een feit.

In 1925 trokken molenaar Weidlich en zijn vrouw zich terug in het dorp en verkochten de molen. De markante Weidlich is 4 jaar later als geëerde burger van Allrode gestorven. Al in oktober 1925 dienden de nieuwe uitbaters van de Luppbodemühle, Gustav en Lina Schmidtke, een aanvraag in bij de burgemeester om een zomerresidentie te beginnen met een drankvergunning. Het duurde echter nog 4 jaar voor de nodige aanpassingen waren gerealiseerd en op 1 mei 1929 kreeg Lina toestemming om een restauratie te mogen openen. Links en rechts van de hoofdingang bevonden zich 2 ruimtes van 36 m2 met 7 of 8 tafels voor 35 a 40 gasten. De keuken was uitgerust volgens de laatste wettelijke voorschriften. De burgemeester steunde het initiatief omdat de molen aan het wandelpad Allrode-Treseburg-Altenbrak lag en de kuurgasten op hun wandeling hier graag een aangename stop maakten.
De Luppbodemühle ligt ook vandaag nog aan dezelfde wandelroute en als we permanent geïnstalleerd zijn openen we opnieuw speciaal voor wandelaars "een theetuin". In Juni 1930 werd uiteindelijk de officiële vergunning verleend en had de molen zijn nieuwe functie. Eind Januari 1932 kocht een nieuwe uitbater het bedrijf en omdat hij nog een andere baan had, liet hij de belangenbehartiging over aan zijn broer Gustav. Deze gaf het bedrijf een behoorlijke upgrade, waarbij het een pension werd met 18 bedden en een restaurant. Voor 3,40 tot 4 mark kreeg de gast een bed en 3 maaltijden per dag en op verzoek "Nachmittagskaffee" (een koffietafel). Gustav maakte reclame met de wervende tekst: "goede bedden; stromend water en elektrisch licht op alle kamers; wc en bad in het huis en garages". Lang heeft Gustav het niet uitgehouden in de Luppbodemühle en hij verkocht de zaak in 1937 aan Willhelm Hellman. De oorlog maakte zijn entree en dit had ook zijn effect op de molen.

Op 1 januari 1941 kwam de Luppbodemühle in het bezit van bioscoopexploitant en miljonair Louis Lenz. Deze bouwde zijn imperium vanuit Halberstadt met modernisering en uitbreiding met meerdere zalen. Hij zorgde goed voor zijn 40-tal werknemers en zijn talloze petekinderen met gratis bioscoopbezoek op jaarbasis en hij richtte de molen in als bedrijfsvakantieverblijf. Waar vind je dit heden ten dage nog….een vakantieverblijf, waar je als werknemer een vakantie door kunt brengen op kosten van de baas. Maar het was inmiddels oorlog en Lenz verloor door de vele luchtaanvallen op Halberstadt niet alleen zijn bioscopen, maar ook zijn eigen woonhuis. En zo trok hij zelf in de molen, waar hij in Juli 1946 stierf. Vlak voor zijn dood wilde Lenz de molen verpachten. Omdat de potentiele pachter ervan verdacht werd lid te zijn van de NSDAP en kort daarvoor een Wehrmachtskantine in Quedlinburg geleid zou hebben werd hem de toestemming geweigerd. Dit was nog niet zo eenvoudig, omdat de man uit voorzorg in Februari 1946 lid was geworden van de KPD en een getuige verklaarde, dat hij nooit een aanhanger van het nationaalsocialisme was geweest en zeker geen lid was geweest. Hij zou zelfs in het geheim concentratiekampgevangenen geholpen hebben. Noch zijn nieuwe partijlidmaatschap, noch zijn positieve getuige hielpen hem aan de nodige toestemming. In Juni 1946 werd zijn aanvraag definitief door de landraad afgewezen. Dat was dat, maar dat gold gelukkig niet voor de toekomst van de Luppbodemühle.

Na 1945 is het Naziregime na dramatische gevechten in de straten van Allrode verdreven door de geallieerde troepen van het Amerikaanse leger. Bij de verdeling is het oostelijke deel van de Harz in Russische handen gekomen, waarna voor Allrode de DDR-periode( Duitse Democratische Republiek )een aanvang nam. Alle privé bezit verviel aan de staat. Het duurde enige tijd voordat het verwoeste dorp weer klaar was om toeristen en kuurgasten te ontvangen. In Stiege ontstond het Albrechtshaus, een sanatorium voor TBC patiënten, waarbij in Allrode een dependance. Voor de Luppbodemühle betekende de overgang naar de DDR, dat het een Betriebsferiënhaus (bedrijfsvakantiehuis) van “VEB Hydrierwerk Rottleben” werd . In de gemeenschapsruimte van de molen werd in de 50tiger jaren de eerste tv-ontvanger van het dorp geïnstalleerd. In 1965 werd de molen nogmaals uitgebouwd. Het terrein van de molen kreeg verschillende bungalows om de vele kinderen van de werknemers te ontvangen en er werden sportvelden aangelegd. Vandaag de dag ontvangen wij nog steeds veel volwassenen die in hun kindertijd hier op vakantiekamp zijn geweest. Zij brengen ons hun enthousiaste verhalen en hun herinneringen. Regelmatig geven ze aan blij te zijn, dat de molen gered is en er prachtig bij staat. Ook veel dorpsgenoten uit Allrode hebben hun verhalen, want velen hebben hier gewerkt of hun ouders, waarbij zij als kind hier hebben gespeeld. Op 9 november 1989 viel de muur en net als in Berlijn ontstond ook in de in oost en west gedeelde Harz een enorme toeloop op de grensovergangen in Elend en Stapelburg. In 1990 is de Luppbodemühle als Betriebsferiënheim gesloten en werd het gebouw aan zijn lot overgelaten. Nu wordt de geschiedenis van de molen min of meer speculatief. Na een periode van verval, waarin we getuigenissen hebben gehoord over plunderingen en vernielingen, waarbij zelfs het dak deels ingestort zou zijn, heeft een ondernemer uit Berlijn uiteindelijk weer de moed gevonden om in dit historische gebouw te investeren. Hij heeft gerenoveerd en zelfs de rivier verlegd, maar wegens privé omstandigheden heeft hij de molen in 1999 aan een Berlijnse dame verkocht, die samen met haar gezin een pension in de molen wilde beginnen. Toen de molen in 2006 aan ons verkocht werd, stond hij al geruime tijd te koop en was hij opnieuw verwaarloosd. Nu is de molen alweer 5 jaar in ons bezit en zijn wij nog drukdoende met de renovatie om er uiteindelijk weer gasten te ontvangen, zoals vanaf 1925 al het geval was.